Parken

Kibale Forest

15_map_kibale
Van alle regenwouden van Oeganda is het regenwoud van Kibale het meest toegankelijk en de plek waar veel apensoorten te vinden zijn. Het nationale park van Kibale is bijna 800 vierkante kilometer groot en bestaat voor het grootste gedeelte uit wouden. Het bosgebied is op de noordelijke en deels centrale vlaktes van het park te vinden en ligt op de Fort Portal-vlakte. Deze regio ligt op meer dan 300 kilometer van Kampala en op een half uur rijden van Fort Portal.

Als u chimpansees in het wild wil bestuderen of bewonderen is het nationale park van Kibale zeker een aanrader. Het wordt zelfs de plek met de beste safari’s voor het spotten van chimpansees genoemd van heel Afrika.

Het hoogste punt van het park is de Kibale. Deze top heeft een hoogte van 1590 meter boven de zeespiegel en zorgt voor een geweldige achtergrond van het gebied. In het zuiden van het park ontmoet het landschap het nationale park van Koningin Elizabeth. Vanaf het park kun je in een halve dag rijden de bergen van Rwenzori bereiken, evenals andere nationale parken en het wildlife-reservaat van Toro-Semliki. Doe dit alleen als je tijd over hebt, want het park is zo immens groot en er is zoveel te zien dat je je zeker langere tijd in dit gebied kan vermaken.

Naast de vele diersoorten, zoals ook meer dan 300 soorten vogels, olifanten en wilde boszwijnen, is het park ook rijk aan plantensoorten. Zo zijn er prachtige bloemen en bomen te vinden in het park en is de hele noordelijke omgeving gehuld in een groene bedekking.

aap1

Je kunt in het park mee op verschillende expedities en wandelingen door de immense wouden. Tijdens deze wandelingen ga je op zoek naar de chimpansees en ander dier- en plantensoorten van het nationale park van Kibale. Deze wandelingen zijn zeker de moeite waard en zullen voor een onvergetelijke ervaring zorgen. De maanden met de meeste regen zijn maart, mei, september en november, maar over het algemeen is het klimaat er goed en ligt de temperatuur rond de 19/20 graden en zelfs hoger. Ook de zuidelijke delen van het park zijn sowieso droger en warmer dan het beboste noordelijke gedeelte.

De inwoners rondom het park zijn voornamelijk de inheemse Batoro en de Bakiga.